← Alle printgidsen

00 / DE BASIS

Wat is 3D-printen?

Van een digitaal model naar een tastbaar voorwerp. Leer hoe FDM en resin werken, wat een slicer doet en welk filament past bij wat je wilt maken.

Van digitaal model naar voorwerp

Een 3D-printer bouwt een voorwerp laag voor laag op. Een programma, de slicer, verdeelt het digitale model in dunne horizontale lagen en maakt instructies voor de printer. Die voert de lagen één voor één uit. Zo kun je bijvoorbeeld een kabelklem, een maquette of een miniatuur maken.

Bij een eenvoudig bakje print de machine eerst de bodem, dan telkens een stukje van de wanden. De stapel dunne lagen vormt samen het bakje.

FDM en resin

Filament

FDM of FFF

De printer trekt kunststofdraad van een spoel, verwarmt die in de printkop en legt het materiaal via een spuitmondje op het printbed. De kunststof koelt af en vormt een vaste laag.

Voorbeelden · Houders, prototypes, organizers en behuizingen.

Na het printen · Laat de print afkoelen en verwijder eventuele steunstructuren.

Vloeibare hars

Resin

Licht hardt delen van vloeibare hars uit in een vat. Bij SLA tekent een laser de laag. Bij DLP projecteert de printer de laag en bij MSLA gebruikt hij een lcd-scherm als masker.

Voorbeelden · Miniaturen en modellen met fijne details.

Na het printen · Reinig de print en laat die verder uitharden volgens de instructies voor je hars.

Voor een kabelhouder is FDM met PLA of PETG vaak een praktisch vertrekpunt. Wil je kleine gezichten of texturen scherp weergeven, dan kan resin beter passen bij je ontwerp. Houd ook rekening met de extra stappen en werkruimte voor hars. Prusa over printtechnieken ↗

Wat is filament?

Filament is de kunststofdraad op een spoel die een FDM-printer verbruikt. Kijk op de spoel en in de handleiding welke diameter je printer gebruikt, meestal 1,75 mm bij desktopprinters. De filamentdiameter is de dikte van de draad. De nozzlediameter is de opening in het spuitmondje waar het gesmolten materiaal doorheen gaat.

FilamentWaarvoor?Waar let je op?
PLADecoratie, proefmodellen en je eerste printsMakkelijk om mee te beginnen. Kan vervormen in een warme omgeving.
PETGHouders, clips en praktische onderdelenKan sterk hechten aan sommige printplaten. Volg de instructies voor jouw plaat.
TPUFlexibele voetjes, bumpers en hoesjesHardheid en invoerroute bepalen of het soepel door je printer loopt.
ABSOnderdelen die meer warmte moeten verdragenKan kromtrekken tijdens afkoeling. Een geschikte omkasting en ventilatie zijn belangrijk.
ASABuitentoepassingen waarvoor uv-bestendigheid teltVergt een geschikte printeropstelling en ventilatie.
PA (nylon)Functionele onderdelen die taai moeten zijnNeemt vocht op. Volg de droog- en bewaarinstructies van de fabrikant.
Vezelgevuld filamentToepassingen waar extra stijfheid gewenst isKoolstof- en glasvezelvullingen kunnen een standaardnozzle snel afslijten. Controleer welk nozzlemateriaal vereist is.

Controleer per rol het aanbevolen temperatuurbereik en het geschikte printoppervlak. Vergelijk PLA, PETG en TPU · Prusa-materiaalwijzer ↗

Van bestand naar print in vier stappen

  1. Kies of ontwerp een model. Open bijvoorbeeld een STL- of 3MF-bestand in je slicer. Een 3MF-project kan ook printinstellingen bevatten, dus controleer die bij het openen.
  2. Kies je exacte printer en materiaal. Controleer het printerprofiel, de nozzlemaat en het materiaalprofiel.
  3. Slice en controleer het voorbeeld. Kijk of de eerste laag goed op het bed ligt en of uitstekende delen steun nodig hebben.
  4. Print en werk af. Controleer bij FDM de eerste laag. Volg bij resin de instructies voor reinigen en uitharden.

Volg de gids voor je eerste print →

Begrippen die je in een slicer tegenkomt

Laaghoogte
De dikte van één laag. Dunnere lagen geven vaak fijnere oppervlakken en kosten meestal meer printtijd.
Infill
Het patroon binnenin een FDM-print. De dichtheid beïnvloedt het materiaalgebruik en de printtijd.
Wanden
De buitenste lijnen die de vorm maken. Het aantal wanden heeft invloed op de stevigheid.
Supports
Tijdelijke steunstructuren onder delen die anders in de lucht zouden beginnen. Je verwijdert ze na het printen.
Brim
Een platte rand rond de eerste laag die het contactoppervlak op het printbed vergroot.

Veilig printen en afwerken

Ventileer je werkruimte en volg de handleiding van je printer. FDM-printers hebben hete en bewegende onderdelen. Tijdens het printen kunnen deeltjes en dampen vrijkomen.

Voorkom bij resin huid- en oogcontact met vloeibare hars. Gebruik de handschoenen en oogbescherming uit het veiligheidsinformatieblad en zorg voor ventilatie, ook bij het reinigen. Giet vloeibare hars en verontreinigde reinigingsvloeistof nooit in de gootsteen. Volg voor afvoer de lokale afvalregels en de aanwijzingen van de fabrikant. NIOSH-richtlijnen voor veilig 3D-printen ↗